Haagse Hoogbouw (1)

Tijdens elke stadswandeling of fietstocht door Den Haag (zie www.stadsgidsdenhaag.com) valt de hoogbouw in Den Haag op. Den Haag was eeuwenlang een ‘platte’ stad, zoals zoveel Hollandse steden. Zestiende en zeventiende eeuwse schilderijen waarop een stadspanorama staat afgebeeld, kenmerken zich altijd door een of meerdere hoge kerktorens: zij bepaalden het silhouet van de stad.       

     

Anderhalve meter hoog

In Den Haag bepaalt sinds de 15e tot ver in de 19e eeuw de toren van de St Jacobskerk (plm 90m) de skyline van Den Haag. In 1878 verrijst aan de Parkstraat een tweede hoge kerktoren, die van Jacobus de Meerdere. Omdat de katholieke inwoners eindelijk weer kerken mogen bouwen in de overwegend protestantse stad is het niet verwonderlijk dat architect Cuypers met ’zijn’ katholieke toren de stad verrijkte met een toren die net anderhalve meter hoger is: 94 meter. Daarmee blijft de stad qua hoogte ver onder de kerktorens van Utrecht (112m),  of Delft Delft (108m). Niet enkel wat betreft de hoogte van kerktorens: anno 2021 is Den Haag nog steeds een stad die niet bepaald voorop loopt, als het gaat om ‘bouwen in de hoogte’.

       

Platte stad

Als gids bij Ga Den Haag beklim ik regelmatig met groepen de 288 treden van de toren van de Jacobskerk. Bij de balustrade op 54 meter hoogte valt altijd weer op hoe ‘plat de stad nog steeds is. Als je 360 graden rondkijkt op de kerktoren is zeker 300 graden, op her een der een uitschieter na, zonder hoogbouw. “Ja”, zei laatst een Amerikaanse torenbezoeker naar beneden wijzend richting Kortenbosch en Elandstraat, “dit moet je allemaal slopen en er hoogbouw, échte hoogbouw, voor in de plaats zetten. Jullie willen allemaal grondgebonden wonen, maar dat lukt niet met ruim 500.000 inwoners.” De Haagse deelnemers van de torentour keken hem verbijsterd aan.

     

Winkels en kantoren

In de 17e en 18e eeuw is de gemiddelde bouwhoogte 9 meter. Als de bevolking in de 19e eeuw explosief toeneemt, komt er een relatie tussen de hoogte van de panden en de breedte van de straat. De bevolkingsgroei gaat gepaard met een toename aan winkels en kantoren en in de binnenstad leidt dat al snel tot een bouwhoogte van 20 meter. De pas gebouwde Bijenkorf bijvoorbeeld is in 1926 met zijn 24 meter hoogte het grootste gebouw van Den Haag. Op de kop van de Grote Marktstraat verschijnt in 1928 het gebouw van architect J Buijs, de Volharding, met een toren van 35 meter. In de periode tussen 1930 en 1945 komt het bouwen van hoge kantoorpanden, winkels en woningen, uitzonderingen daar gelaten, tot stilstand. Pas na de oorlog wordt het vervolgd.

 

             

'Hoog'...

In Nederland praten we over het algemeen over een wolkenkrabber als een gebouw hoger is dan 100 meter. Over het ‘algemeen’, want in de volksmond is ‘Het Witte Huis’ in Rotterdam uit 1898 de eerste wolkenkrabber van Nederland, volgens een enkeling zelf de eerste van Europa. Hij meet 43 meter…

In Nederland praat je over hoogbouw bij 25 meter, maar dat wisselt per stad. In Rotterdam geldt 70 meter als hoogbouw, maar in Den Haag geldt sinds 2017 ‘hoogbouw’ bij een hoogte van 50 meter en die hoogbouw is buiten het centrum vrijwel overal toegestaan. Voor de goede orde: bij 50 meter praat je al snel over een gebouw van 15 etages.

       

Hoogbouw met relatieproblemen

Op de toren van de Jacobskerk staand, zie je waar opvallende ‘losse’ hoogbouw staat: hoogbouw die geen relatie heeft met de omgeving. De Panoramaflat met zijn 14 bouwlagen aan de Laan van Meerdervoort uit 1962 van Zanstra, het eveneens 14-verdiepingen hoge Lindoduin, (dat onlangs na renovatie door Vestia/BAM de Haagse Woonprijs 2021 mocht ontvangen) het 50-meter hoge ‘Het Stadsbaken’ van bureau Inbo aan het Spui bij de Bierkade. Een stuk hoger, maar qua hoogte vooralsnog niet passend in de omgeving is het 74-meter hoge De Hoge Regentesse van Martijn Verhagen aan de Loosduinseweg. Overigens, ook genomineerd voor de Haagse Woonprijs 2021.Het is inderdaad een prachtig vormgegeven gebouw met veel details dat zelfs wat doet denken aan de Nieuwe Haagse School. Die relatie met de bouw-omgeving bepaalt ook wat wij ‘hoog’ noemen. De Panoramaflat, Het Stadsbaken, de Hoge Regentesse: Hoe groter dat contrast in hoogte met de omgeving, hoe hoger we het gebouw ervaren.

 

     

Croissant en Dante

Een geslaagd voorbeeld van hoe hoogbouw past in de lagere omgeving is wooncentrum ‘De Croissant” van Charles Vandenhove aan het Zieken. Die laat zijn brede gebouw ‘boven’ bij de brug vanaf de top van 16 lagen langzaam aflopen naar de uiteinden, naar de bestaande bebouwing: na de relatief smalle top meteen vier verdiepingen lager en vervolgens nog eens drie en twee verdiepingen lager tot het gebouw mooi aansluit bij de hoogte van de belendende huizen aan beide zijkanten. En dan hebben we het nog niet eens over de prachtige manier waarop het gebouw aan de achterzijde aansluit bij de bebouwing aan het veel lager gelegen Huygenspark.

   

Niets ten nadele van het personeel en de medische zorg van het HMC, het Haaglanden Medisch Centrum, maar wat is dat gebouw met die hoogte en op die plaats een architectonische misser. Als je in het Hofje van Nieuwkoop met de rug naar het ziekenhuis staat, waan je je in de 17e eeuw. Sta je in datzelfde hofje met je gezicht naar het ziekenhuis, waan je je in de Hel van Dante. Hoe een stad slordig met culturele erfgoed om kan gaan. Erger dan dit is niet mogelijk.

 

Piet Vernimmen

Benieuwd naar alle verhalen over architectuur in de stad? Bekijk dan de stadswandelingen en fietstochten: Uniek Den Haag Zuid West, Anders winkelen, Gotische torentjes, moderne hoogbouw en een baljurk, Besuyde den Houte.