zaterdag, 15 april 2023 14:36

Koloniaal Den Haag

Eind november 2022 presenteerden Esther Captain, Gert Oostindie en Valika Smeulders hun boek ‘Het Koloniale en Slavernijverleden van Hofstad Den Haag’.

Burgemeester Van Zanen hield bij de presentatie van het boek een indrukwekkende toespraak. Die is te vinden op internet onder ‘Toespraken Burgemeester van Zanen 20 november 2022’. Enkele citaten uit deze toespraak.

 

 

Ministerie van Koloniën

(…) “Het koloniale en slavernijverleden van Den Haag wijkt af van dat van andere steden in Nederland. Den Haag was geen handelsstad en had tot begin 19e eeuw geen ‘officiële’ stadsrechten. De vertegenwoordiging van Den Haag in de besturen van de VOC en WIC was beperkt. Als zetel van het landsbestuur én als residentie van eerst de stadhouders en later de opeenvolgende vorsten en vorstinnen was Den Haag daarentegen wel de plek waar op landelijk niveau alle besluiten over het koloniale beleid en daarmee ook slavernij en contractarbeid werden genomen. Gebouwen als het voormalige Ministerie van Koloniën herinneren ons daaraan. In de archieven vinden we namen terug van inwoners van Den Haag die investeerden in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie

(WIC) of direct in plantages waar tot slaaf gemaakt en moesten werken. Veel van die investeerders maakten deel uit van de bestuurlijke bovenlaag, met functies op landelijk én lokaal niveau.”

 

Cornelis van Sypestein

“Ten tijde van de afschaffing van de slavernij woonden in Den Haag maar liefst 40 eigenaren van plantages in de Caraïben. Opvallend: onder hen geen kooplieden, wel leden van de adel, militairen, ambtenaren en een paar politici. Van 564 Haagse burgers is bekend dat zij in de periode 1795-1940 zitting hadden in het gemeentebestuur. Van 89 van die mensen is vastgesteld dat zij een directe of indirecte band hadden met het koloniaal bestuur. Dat kan betekenen dat hun familie belangen had in de slavernij of dat ze zelf ooit werkzaam waren in het koloniaal bestuur. Bekend voorbeeld is Tweede Kamer- en gemeenteraadslid Cornelis van Sypesteijn, mede-eigenaar van verschillende plantages in Suriname.

Slavernijmonument van Amsterdam

In deze toespraak op 22 november 2022 biedt de burgmeester ook excuses aan: ”Ik, als burgemeester van Den Haag, stad van vrede en recht, bied namens het college, mijn welgemeende excuses aan voor de wijze waarop voorgangers van ons het systeem van kolonialisme en slavernij hebben ondersteund en ervan hebben geprofiteerd.” 

Slavernijmonument van Rotterdam

Slavernijmonument

Het stadsbestuur stelde september 2022 de ‘Adviescommissie Herdenkingsmonument  Haags Slavernijverleden’ in en die commissie bood al in januari 2023 haar advies aan. Twee maanden later volgde de stad dat advies- welswaar gedeeltelijk- op. Er komt op het Lange Voorhout, ter hoogte van het Emma-paleisje een monument om het slavernijverleden uit ‘de West’ te herdenken.  De Commissie had een gezamenlijk (uit de Oost en uit de West) voorgeteld, maar daar rezen nogal wat bezwaren tegen. Immers: “Die trans-Atlantische slavernij is met geen enkele andere te vergelijken.” (DHC 30-3-2023)

Op het Lange Voorhout komt het monument dat de aandacht vestigt op Suriname en het Caribisch gebied. Voor ‘de Oost’ stelt de stad binnenkort een aparte adviescommissie in. Wellicht dat de stad dus binnenkort twee herdenkingsmonumenten krijgt.

Tentoonstelling Haags Historisch Museum

Koloniaal Den Haag - een onvoltooid verleden

Eind maart 2023 opende het Haags Historisch Museum de kleine, maar goed verzorgde tentoonstelling ‘Koloniaal Den Haag – Een onvoltooid verleden’, een tentoonstelling die niet enkel verleden en heden met elkaar verbindt, maar ook per thema de Nederlandse én de koloniale zijde belicht. Zo besteedt een zaal aandacht aan Godert van der Capellen, de eerste Gouveneur-generaal in Nederlands-Indié én aan Diponegoro. Over deze periode verscheen trouwens in 2022 het schitterende werk van Martin Bossenbroek ‘De wraak van Diponegoro – begin en einde van Nederlands-Indië’.  Een andere zaal plaatst minister-president Hendrik Colijn en Adipati Soejono tegen elkaar.

De Wraak van Diponegoro

Boekje en wandeling

De tweede helft van het begeleidende boekje (en van 1 zaal van de tentoonstelling) bestaat uit foto’s en verhalen Hagenaars met een koloniale geschiedenis die hun verleden schetsen aan de hand van een ‘koloniaal’ voorwerp, zoals een gamelan-slaginstrument, een worstvulpijp, arm- en enkelband of stoel. In de museumwinkel is behalve het tekstboekje bij de tentoonstelling ook de route van de wandeling ‘Den Haag Slavernij’ te koop.

    

 Illustraties bij de wandeling van het Haags Historisch Museum 

In 1667 rustten de Staten van Zeeland een vloot van zeven schepen onder leiding van Abraham Crijnssen uit, die Suriname met een verrassingsaanval op de Engelsen veroverde. Een jaar later zou Suriname, dat met de Engelsen werd geruild voor Nieuw-Amsterdam (het latere New York), definitief in bezit komen van de Zeeuwse Kamer van de WIC. Deze leidde jaarlijks verlies op de kolonie, onder andere door de militaire maatregelen die nodig waren om de kolonisten te beschermen tegen aanvallen van de oorspronkelijke bewoners. In december 1678 nam Johan Heinsius het bestuur over van Abel Thisso, die na het vertrek van Adriaenssen had waargenomen. Hoewel slechts anderhalf jaar aan de macht, was Heinsius' betekenis voor de kolonie in de kritieke jaren 1679 en 1680 groot. De inheemse bevolking kwam in die jaren in opstand, maar Heinsius wist deze te bezweren en bracht stabiliteit door indianen uit de omgeving van de Corantijn en Marowijne voor zich te winnen en tot bondgenoot te maken. Toen hij in april 1680 stierf, schreven de planters op 6 mei een brief aan de Zeeuwse Kamer van de WIC, waarin ze voorstelden om zelf een bestuur te vormen. De Staten van Zeeland wilden echter van Suriname af, en traden in onderhandeling met de WIC. Deze nam de kolonie over voor 260.000 gulden om vervolgens in Amsterdam in 1683 de Sociëteit van Suriname op te richten, waarin de stad Amsterdam en Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck elk voor een derde deelnamen.

In 1648 met de Vrede van Munster was een deel van de grond van het bestaansrecht van de compagnie weggevallen, namelijk de oorlog tegen Spanje. De maatschappij liep enige jaren achter de feiten aan, waarna het faillissement van de Eerste WIC in 1674 werd aangevraagd. De Heren XIX, het bestuur van de WIC, kwamen met een nieuw voorstel en de oprichting van een Tweede WIC. 

350 plantages in Suriname: namen Weltevreden, Zorg en Hoop, De Vreede, l Esperance, Goede Verwachting, Goudmijn, Lust tot Rust, Lustrijk, Rust en werk, De nieuwe compagnie had een beter startkapitaal dan de oudere variant, minder grote bureaucratie en bovendien een slagvaardiger bestuur. Het was noodzakelijk geweest voor sanering van alle schulden, wat het einde van het oorlogsinstrument betekende. Voortaan werd de aandacht gericht op de handel in plaats van oorlogvoering en kaapvaart. Maar naarmate de 18e eeuw vorderde ging het slechter met de compagnie en in de laatste jaren werd zij financieel ondersteund door de Staten. Toen eind 1791 het octrooi afliep werd dan ook niet besloten tot verlenging van de compagnie.

De slavenhandel werd in 1814 afgeschaft, maar niet de slavernij zelf. Vanaf 1826 waren slaveneigenaren verplicht om hun slaven te registreren. Daarbij moesten de geboortedatum, naam van de moeder, besmettelijke ziekten en gegevens over verkoop en vrijlating worden vastgelegd, samen met andere informatie die van invloed konden zijn op de verkoopwaarde. De gegevens werden geordend op plantage of privé eigenaar, en verzameld in de slavenregisters. Minister van koloniën Baud probeerde in 1845 een lotverbeteringsbeleid in te voeren, maar hij werd daarbij door de planters gedwarsboomd. Zij wensten geen enkele verandering in de status quo en ontketenden een ware hetze tegen gouverneur Elias.[12]

Na de afschaffing van de slavernij in Brits- en Frans-Guyana, bleef een beperkt deel van de slaven op de plantages werken. Gealarmeerd door de leegloop van de plantages vroegen plantage-eigenaren in Suriname het gouvernement om arbeiders buiten Suriname te werven.

Piet Vernimmen

Belangstelling voor een slavernij-wandeling in Den Haag? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Kijk ook Stadsgids Den Haag voor nog meer inspirerende wandelingen en fietstochten .

 

 

 

November 2022 verscheen, in opdracht van het stadsbestuur, een studie naar het koloniale en slavernijverleden van Den Haag. Steden als Amsterdam, Utrecht, Groningen en Rotterdam gingen ons al voor. Dat verleden begint met de oprichting van de VOC en de WIC.

Van Oldenbarnevelt

De VOC

De VOC In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht door raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Eén vereniging om onderlinge concurrentie tussen de stedelijke compagnieën te voorkomen en die VOC kreeg het monopolie voor alle handel op het Oosten. De VOC bestond tot 1799

De WIC

De WIC Rond 1622 werd de WIC, de West Indische Compagnie, opgericht om handel te drijven op Noord- en Zuid-Amerika – en om Spaanse schepen aan te vallen. Dat laatste tot de Vrede van Munter in 1648. De WIC handelde in suiker, tabak en tropisch hout. Bovendien werd veel geld verdiend met het vervoeren van tot slaaf gemaakten uit West-Afrika naar plantages in Amerika. In 1674 werd de Nieuwe West-Indische Compagnie opgericht. Deze onderneming bestond tot 1791.

Haagse elite

Hofstad

Den Haag, zetel van het parlement en zetel van de monarchie speelt als hofstad een belangrijke rol in de nationale geschiedenis. Sinds 1600 is dat ook een koloniale geschiedenis. Den Haag had geen haven en kwam in de 17e eeuw niet in aanmerking als plaats voor een van de kamers van de VOC of de WIC. Wel kende Den Haag een bestuurlijke elite en ontwikkelde zich hier een bestuurlijke bureaucratie die besliste over koloniale zaken.

Koning Willem II

Huis van Oranje

De nationale geschiedenis en de geschiedenis van het Huis van Oranje zijn nauw met elkaar vervlochten en Den Haag speelt daarin een centrale plaats. In het midden van de 17e eeuw was Johan Maurits van Nassau-Siegen zelf betrokken bij de slavenhandel. In 1642 vroeg hij de Staten Generaal of hij ten eigen bate 400 à 500 slaven mocht verhandelen en een enkele maal kreeg hij zelfs uitbetaald in mensen. Vanaf 1814 werden de koloniën, als domeinen van de koning, bestuurd vanuit Den Haag. Het cultuurstelsel (1830-1870) wordt een goudmijn voor de Nederlandse schatkist, voor de Oranjes en voor de Haagse elite waarmee ze samenwerken. In 1848 worden de Staten-Generaal verantwoordelijk en komt het bestuur in handen van het kabinet. 

Ned Handelsmaatschappij

‘Overzeesch gewest van Indië’

Johan Koning beschrijft in 1931 Den Haag ironisch als “Overzeesch gewest van Indië  waar het stedelijke landschap de kolonie ademde”. In Den Haag is volop vertier in een gezonde omgeving zonder dat men zijn Indische gewoontes helemaal hoeft te missen. De stad herbergt dan ook het grootste contingent verlofgangers en repatrianten.

In Den Haag waren honderden ondernemingen die koloniale activiteiten ontplooiden en tegelijkertijd waren Haagse ondernemingen volop actief in de koloniale wereld. Het boek toont aan dat in de stad nog ontelbaar veel sporen en getuigen zijn van het profijt van de koloniale handel en van de pijnlijke kant van het koloniale verleden.

Anton de Kom

Verzet

Vanaf het begin van de vorige eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog vormde Den Haag ook het decor van verzet tegen het Nederland kolonialisme en bood activisten een kans voor het ontwikkelen van politieke ideeën. Zo vergaderde Anton de Kom met medestanders in het chique café restaurant Hollandais aan de Dagelijks Groenmarkt. En de nationale koloniale geschiedenis kent ook een drietal belangrijke Haagse pressiegroepen: de Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de afschaffing van de slavernij, het Indisch genootschap en de Maatschappij tot Nut van den Javaan.

 

boekomslag

Boek

In ‘Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag’, een werkelijk schitterend boek, bespreken 15 auteurs elk een aspect van het koloniale en slavernijverleden van onze stad, zoveel als mogelijk chronologisch over het boek verdeeld. Bovendien komt een 15-tal Hagenaars aan het woord die nauw betrokken zijn bij het koloniale verleden van de stad. Het boek is niet bedoeld als laatste woord: de redactie hoopt dat het de aanzet vormt voor bredere studie.

Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag, Esther Captain, Gert Oostindie en Valika Smeulders (redactie), uitg. Boom, 352 blz. €24,90. ISBN 978 90244 46117

 

Piet Vernimmen

Belangstelling voor een koninklijke wandeling door Den Haag? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

woensdag, 15 februari 2023 06:46

Dubbele deuren in het Regentessekwartier

 

Architecten en aannemers van het Regentessekwartier hebben het rond de jaren 1894 – 1895 in een groot aantal straten makkelijk wat betreft de gevelindeling van hun panden. In totaal negen gaten in de voorgevel waarvan drie gelijkvloers: twee ramen en een stevig gat voor twee pal naast elkaar gelegen deuren.

Eén deur voor de bewoners gelijkvloers en eén deur voor de bewoners van de bovenverdieping. De deurknoppen altijd bij elkaar, zodat de ene deur naar rechts zwenkt en de andere naar links. Als het pand ernaast gespiegeld is, krijg je een serie van vier deuren naast elkaar. Aan de Emmakade zien we een serietje van zes deuren naast elkaar, maar dat is uitzondering Vier of twee is de regel in het Regentessekwartier.

     

 

De deur is een van de visitekaartjes van de aannemer/ architect uit 1895 en hij zal dan ook bij zijn pand twee identieke fraaie deuren plaatsen, uitgevoerd in Oudhollands groen of Oudhollands blauw. Hoe stijlvoller en duurder de straat, hoe stijlvoller de deur. Of is het juist andersom: hoe stijlvoller de deur, hoe chiquer de straat?

        

De meeste huizen zijn nu 120 jaar oud, dus grote kans dat (eerdere) bewoners hun deur aangepast hebben: een ander kleurtje, het veranderen of zelfs dichtmaken van raampjes, het verplaatsen van brievenbussen, het wijzigen van model en plaats van de deurbel, of zelfs een geheel ander model deur. Soms ging of gaat dat in samenspraak met de andere bewoners. Vaak ook niet. Het valt blijkbaar buiten VVE-afspraken.

        

Een compleet dichte deur zorgt voor een donkere gang, maar gelukkig maakt ook het bovenlicht deel uit van dat gat in de muur. Dat bovenlicht is soms verdeeld in spijltjes, in een enkel geval zie je nog het vaak oorspronkelijke glas in lood.

    

Extra licht in de gang krijg je door n ruitje in het houtwerk: het staat vriendelijker, je kunt dan ook van binnen naar buiten kijken ( én andersom), maar is tegelijk inbraakgevoeliger. Vandaar het vaak sierlijke ijzerwerk als bescherming. Zowel (de vorm van) het ruitje als het siersmeedwerk kent talloze variaties.

     

De deuren zijn in negen van de tien gevallen gescheiden door een verticale, meestal wit gelakte balk. Als de balk tot het bovenlicht loopt, vormen de witte deuromlijstingen een T en krijgt het gezamenlijke horizontale bovenlicht meer eenheid. Mooi te zien in enkele gevels in de Stephensonstraat. De meeste staande balken kennen een bescheiden variatie in houtbewerking, waarbij de spiraalvorm wel een van de aardigste is, zoals enkele panden bij de Emmakade. 

    

Niks mooier dan een paar uur door het Regentessekwartier te lopen en te letten op alle details van dubbele deuren. En ja, ook over smaak valt te twisten.

    

Piet Vernimmen

Bovenstaande blog stond ook te lezen in de februari-editie van wijkkrant KonkreetNieuws, de wijkkrant voor het Regentesse- en Valkenboskwartier. Op www.konkreetnieuws.nl vind je in het archief (febr 2023) op de middelste dubbele pagina ook de complete verzameling bijbehorende foto’s van de dubbele deuren in de wijk.

 

 Benieuwd naar meer verhalen over architectuur in Den Haag? Wandel of fiets mee op één van de wandel- of fietstochten op de site. 

 

zondag, 15 januari 2023 10:29

De Meppel

donderdag, 15 december 2022 10:07

Willem van Oranje in den Haag

     

Midden op het Plein staat het standbeeld van Willem van Oranje. In de eerste weken van oktober verdween onze Vader des Vaderlands bijna geheel achter een enorme groene kraag bedacht door de kunstenaar Steve Messan.

Het beeld maakte die weken deel uit van het project Blow Up Art. Ook het poortje van Rijksmuseum de Gevangenpoort verdween deze periode onder deze groene opblaasbare kunst. Prachtig of lelijk was niet echt een issue, want het was slechts tijdelijk en altijd mooi dat het beeld weer grote aandacht kreeg.

Het gedoe rond het eerste nationale beeld

Tijdens de romantiek, zo tussen 1800 en 1860, realiseren we ons in Nederland dat we eigenlijk geen nationale standbeelden hebben. In de ons omringende landen staat bij wijze van spreken in elk dorp een standbeeld en wij hebben niks. Hebben wij geen voorbeeldige Nederlanders voortgebracht?

Op voorspraak van Willem II hangen overal in Nederland openbare intekenlijsten voor een eerste nationale standbeeld: een beeld voor Willem van Oranje. Willem II heeft de voorkeur voor een ‘staand’ beeld. “Liever geen beeld van een man op een paard, want dat krijg ik later zelf”,  zal ie ongetwijfeld gedacht hebben. In 1848 wordt het onthuld op het Plein en heel Nederland is chagrijnig.

Wat was er gebeurd? Terwijl de Nederlandse bevolking aan het sparen was voor ‘het eerste nationale beeld’, kocht Willem II een ander beeld, Willem van Oranje, op een paard en plaatste dat bij wijze van spreken in zijn eigen achtertuin. In 1845 werd het onthuld.

 

Willem van Oranje op het Plein

‘Het dankbare Volk’ staat op de sokkel en dat klopt ook wel, want het is het resultaat van een inzamelingsactie. Willem is afgebeeld als een staatsman. Vanaf het begin van de 80-jsrige oorlog was hij de leider: geen echte vechtersbaas die voor de troepen uitliep, maar meer een staatsman. In zijn hand houdt hij de acte van de ‘Unie van Utrecht’ uit 1579. Links van hem ligt zijn hondje Rompuy. Daar was in eerste instantie was gezeur over: Moet er nou perse een hond op? Kunnen we nou nooit eens een deftig standbeeld maken? Maar de klagers konden gerust zijn; Rompuy had hem ooit het leven had gered door te blaffen terwijl Spanjaarden zijn kamp waren binnenslopen.

     

Mooi op de sokkel is ook dat ijsvogeltje met de tekst ‘Rustig te midden van de woelige baren’. De spreuk komt ook voor op het praalgraf van Willem van Oranje in de Delftse Nieuwe Kerk. En we zien hem bij het Wilhelminamonument aan het Noordeinde. Op de cover van Wilhelmina haar memoires ‘Eenzaam maar niet alleen’ staat een vergelijkbare afbeelding als op de sokkel van het beeld op het Plein. En een paar jaar geleden tijdens de abdicatie van Beatrix sprak Willem-Alexander, die zijn klassieken wel kent, over zijn moeder als ‘rustig te midden van de woelige baren’. Het ijsvogeltje, ‘toevallig’ ook in de kleuren oranje-wit-blauw zorgt trouw voor de kleine ijsvogeltje die, alsof er niets aan de hand is, ronddobberen in de woeste zee.

Dat Willem op het Plein, een van de belangrijkste pleinen van de stad, staat is wel terecht: Delft stelde tijdens de 80-jarige oorlog voor om het verarmde Den Haag met de grond gelijk te maken. We hebben het aan Willem te danken dat dit Delftse plan niet doorging. En dat het Haagse Bos sinds de 16e eeuw nauwelijks in omvang gekrompen is hebben we aan zijn ‘Acte van Redemptie’ te danken.

Omdat Willem II zijn eigen standbeeld van Willem van Oranje drie jaar eerder had laten onthullen, viel de publieke belangstelling in1848 op het Plein toch wat tegen. Daar zal Willem II stiekem niet om getreurd hebben: In 1848 stonden de Europese monarchieën enigszins onder druk en een te opvallend Oranje vertoon zou wellicht vervelende tegenacties hebben uitgelokt.

Willem van Oranje op het Noordeinde

Terwijl het geld voor het beeld aan het Plein mondjesmaat binnenkwam, liet Willem II zich door de Fransman Alfred-Emile de Nieuwerkerke overhalen om diens beeld te kopen: Willem van Oranje op een paard! Het stond eerst nog een tijdje tentoon aan de Champs Elysées en werd op 17 november 1845 onthuld.

 

Willem van Oranje te paard op een enorme sokkel: Op die sokkel, die nog het meest lijkt op een sarcofaag, staan de fraaie wapenschilden van de toenmalige zeven provincies: Holland, Zeeland, Friesland, Utrecht Gelderland, Overijssel en Groningen. Op de voorkant het wapenschild van Willem van Oranje.

En Willem II? Die kreeg, weliswaar pas in 1924, inderdaad zijn eigen ‘man-op-een -paard'-standbeeld; maar ook daar was het nodige gedoe aan vooraf gegaan…

 

Piet Vernimmen

Belangstelling voor een wandeling langs de standbeelden door Den Haag? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

woensdag, 30 november 2022 04:44

Willem van Oranje in Delft

Delft is tijdens de 80-jarige oorlog met Spanje een ommuurde, veilige  stad. Het Agathaklooster heeft de Beeldenstorm overleefd, maar komt in 1572 toch in handen van de Staten van Holland. Het wordt de woning van Willem van Oranje. 

Opvallend is wel dat hij de Franciscanessen die nog een vleugel van het gebouw bewonen, met rust laat. Dat zullen de strenge calvinisten hem trouwens niet in dank hebben afgenomen, maar het tekent wel de religieuze verdraagzaamheid van Willem van Oranje, zoals René van Stipriaan in zijn boek ‘De Zwijger” (eind 2021) aangeeft: Willem pleit voor een vreedzaam samenleven, waar religie geen enkele rol in hoeft te spelen.

Prinsenhof Delft

Vogelvrij

Eind 1579 hebben Phillips II en Granvelle al een banedict over Willem van Oranje voorbereid. De uiteindelijke tekst verschijnt in juli 1580: het is een ellenlange aanklacht tegen Willem van Oranje. Degene die Oranje zal uitleveren, dood of levend, ontvangt 25.000 kronen.  Als reactie hierop publiceert Willem van Oranje ‘de Apologie’, zijn schriftelijke verdediging tegen de in zijn ogen onrechtvaardige aanval.

In Museum Prinsenhof is een hele zaal gewijd aan de tekst en die tekst is niet bepaald subtiel. Oranje verdedigt niet enkel zijn eigen gedrag, maar valt ook Phillips II hard aan, waarbij hij fake-news niet schuwt. Zo schrijft hij in zijn verweerschrift over Phillips II onder andere: ”Hij heeft zijn eigen vrouw, de dochter, respectievelijk de zuster van de Franse koning, vermoord, teneinde een nieuw huwelijk te kunnen sluiten. (…) Voorts heeft de koning zijn eigen zoon en erfgenaam vermoord teneinde de paus een reden te geven de weerzinwekkende bloedschande toe te staan.” En bijna op het einde: ”Nergens ter wereld trof men ooit zulke onbeschaamd-heden aan als bij de Spanjaarden. (…) Wat mij echter het meest verbaast is dat ze -in strijd met alle regels van eer en fatsoen- degene die zo dapper is mij te vermoorden, in de adelstand zullen verheffen.”

 

Veel rook

10 juli 1584 wordt Willem van Oranje in zijn veilig gewaande woning in veilig gewaand Delft door de Fransman Balthasar Gerards doodgeschoten. De kogelgaten zijn nog te zien. Een begeleidend filmpje in Prinsenhof maakt duidelijk hoe de aanslag in zijn werk ging.

Een van mijn eerste geschiedenisboekjes, eentje uit midden jaren ’50 van de vorige eeuw, was uitgegeven door de katholieke Uitgeverij Zwijsen Tilburg. Daar lag de aanslag toch wat moeilijk blijkbaar: de katholieke moordenaar, de protestantse Vader des Vaderlands. Hoe red je je daar uit?

Een begeleidend tekeningetje (niet het bovenstaande trouwens) maakte de aanslag duidelijk. De trap, Willem van Oranje en Balthasar Gerards . En het (katholieke) onderschrift luidde: “O wat gaven die oude pistolen veel rook!”

 

     

Houckgeest: interieur Nieuwe kerk Delft

Het graf

De Oranjes worden traditiegetrouw in Nassau-stad Breda begraven, maar aangezien die stad in 1584 in handen is van de Spanjaarden, wordt Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk te Delft begraven. Na de 80-jarige oorlog wordt het grafmonument, een praalgraf, gemaakt door Hendrick de Keyser in 1623, ontelbare malen afgebeeld op schilderijen als teken van nationaal bewustzijn. In het Mauritshuis twee werken van Houckgeest rond het jaar 1650. Het echtpaar kijkt naar het monument en staat vlakbij het beeld De Vrijheid, de dame met de gouden hoed, de Aurea Libertas.

 

Piet Vernimmen

Belangstelling voor een koninklijke wandeling door Den Haag? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

woensdag, 19 oktober 2022 11:43

Amalia, First Lady in de 17e eeuw

Museum Het Prinsenhof in Delft is bij natuurlijk bekend als de plek waar Willem van Oranje is vermoord. De laatste jaren organiseert Museum Prinsenhof steeds vaker prachtige tentoonstellingen. Tot 8 januari 2023 bijvoorbeeld kunnen bezoekers daar genieten van de schitterende manier waarop het museum de aandacht vestigt op Amalia, de vrouw van Frederik Hendrik. Amalia, met drie A’s erin, krijgt in het Prinsenhof aandacht met maar liefst zeven A’s: Avontuurlijk, Aanwezig, Aanzien, Autoritair, Assertief, A-Typisch en Aanhouder.

     

De Winterkoning en de Winterkoningin

De Winterkoning

Als Elisabeth Stuart en haar Frederik V, die keurvorst is van het vorstendommetje de Palts en koning van Bohemen, uit hun gebied moeten vluchten, biedt onze Maurits, die net ervoor in 1619 Van Oldenbarnevelt heeft laten onthoofden,  hen aan naar Den Haag te komen. In de woning die Van Oldenbarnevelt voor zijn schoonzoon had gekocht aan de Kneuterdijk is immers plek zat. Het is bovendien maar tijdelijk en het pand en vrij groot. Maar ja, 200 man personeel en 100 paarden dat leidt toch tot wat financiële en logistieke problemen. En dat tijdelijke, zo blijkt later, moet je ruim zien: hoewel Frederik V in 1632 aan de pest overlijdt, blijft Elisabeth Stuart tot 1661 in Den Haag wonen. En ze blijft zich, ook wat haar uitgaven betreft, 40 jaar lang gedragen als een vorstin.

 

Amalia 28 jaar

Hofdame Amalia

Een van de hofdames van deze Elisabeth is Amalia van Solms, gravin van het Duitse Braunfels. Den Haag heeft in die jaren bij lange na niet de grandeur van Praag, haar eerdere woonomgeving, maar het geluk is aan haar zijde. In 1625 overlijdt prins Maurits, zijn halfbroer Frederik Hendrik kan hem opvolgen, mits hij trouwt. En dan komt Amalia in beeld. Zij wordt prinses en vrouw van de nieuwe stadhouder. Zo krijgt de voormalige hofdame de meest invloedrijke positie voor een vrouw in deze tijd van de Republiek. Ze wordt First Lady en zal die rol met verve vervullen.

Op de voorgrond Frederik en Elisabeth, daarachter Amalia en Frederik Hendrik

 

Twee rivalen

Zeven jaar geleden, in 2014, besteedde het Haags Historisch Museum ook al aandacht aan Amalia, de tentoonstelling ‘Rivalen aan het Haagse Hof’, over de verhouding tussen de dames Elisabeth en Amalia. Elisabeth bewoonde een ‘huurhuis’, had geen geld en geen land, maar was wel vorstin. Amalia, de voormalige hofdame van Elisabeth, was de belangrijkste vrouw in de Republiek, bewoonde een rijk gestoffeerde vleugel op het Binnenhof en geld speelde geen enkele rol, maar ze was wel slechts prinses. Dat moet in die tijd tot, in onze ogen, hilarische protocollaire toestanden hebben geleid.

 

Olifant Hansken

Hofcultuur op het Binnenhof

Hoewel Maurits ook wel van een feestje hield, kwam in de 17e eeuw pas, met de komst van Amalia, een heuse hofcultuur het Binnenhof binnen. Een kunstverzameling, luxe meubels, een praalbed om u tegen te zeggen, Japans aardewerk, Chinees porselein, paleizen en vorstelijke tuinen. Uiterlijk vertoon, die de macht en het aanzien van het Oranjehuis moest uitstralen – naar binnen én buitenland. Zo draaide Frederik er zijn hand niet voor om, een olifant, ‘Hansken’, vanuit Ceylon naar het Binnenhof te laten brengen, alles ter bevestiging én verhoging van de status. Ook de rivaliteit tussen Elisabeth en Amalia was goed voor de kunsten en zorgde voor talloze opdrachten voor kunstenaars.

De Triomf van Frederik Hendrik

De Oranjezaal

In 1646, een jaar voor zijn overlijden, vraagt Frederik Hendrik de Staten Generaal om na zijn dood ‘syn huysvrau’ als zijn vertegenwoordiger aan te stellen. Dat staan ze weliswaar niet toe, maar het geeft wel aan hoe groot de macht en het aanzien van Amalia was. En hoe overtuigd Fredrik Hendrik was van haar capaciteiten. Amalia vereert hem en haar blijk van verering bestaat nog steeds: de Oranjezaal in Huis Ten Bosch.

Meer dan tien schilders toveren de ruimte om tot één kunstwerk van vloer tot en met plafond. Het zijn niet de minsten: Salomon de Bray, Jacob van Campen, Abraham Willaert, Jan Lievens, Pieter Soutman, Jacob Jordaens, Theodor van Thulden en natuurlijk hofschilder Gerard van Honthorst. Deze laatste maakt niet enkel bovenin, midden in het plafond, het medaillon van Amalia zelf, maar is ook verantwoordelijk voor het doek ‘Huwelijk van Frederik Hendrik met Amalia’. Jacob Jordaens maakt het imposante ‘De Triomf van Frederik Hendrik' dat de hele oostwand bestrijkt.

“Amalia,  Ambitie met Allure” – een tentoonstelling om niet te missen ! Museum Prinsenhof te Delft. Nog te zien tot 8 januari.

 

Piet Vernimmen

Belangstelling voor een koninklijke wandeling door Den Haag? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

vrijdag, 02 september 2022 04:58

Van der Hem en Sluijter in Design Museum Dedel

Huis Dedel bestaat al een jaar of drie als museum en toch is het nog lang niet bij iedereen bekend. Daar moet verandering in komen, want het is niet alleen pracht van een gebouw, het bezit bovendien een schitterende collectie posters. Huis Dedel richt zich op reclame en vormgeving van de 19e eeuw tot nu en dan vooral op posters! En die posters, die reclame-uitingen zeggen iets over de tijd waarin ze zijn ontstaan.  

   

Grafische vormgeving en reclame

Het museum is bij het grote publiek nog een onbekende. Het museum laat de posters in de zalen zoveel als mogelijk aansluiten bij de actualiteit. Tot oktober is nog een aantal affiches te zien van ‘KLM 100 jaar’ en in juni maakte het museum onderdeel uit van het Haagse Art-Nouveau Festijn: de originele affiches van Mucha en Toorop hangen nog op zaal. En ook tot oktober affiches uit Tempo Doeloe.

                         

Piet van der Hem

Tot oktober 2022 presenteert het museum een prachtige tentoonstelling het grafische werk van Willy Sluiter en Piet van der Hem. Van der Hem (1885-1961) was tekenaar, schilder en boekbandontwerper. Na zijn studie in Amsterdam en Parijs (tot 1908) maakte hij vanaf 1914 tekeningen voor De Nieuwe Amsterdammer. Politieke tekeningen waarin de soms wrange humor niet ontbrak. Daarnaast maakte hij voor bedrijven reclamefolders en affiches. Recensenten schreven over Van der Hem:  "Hier is een tekenaar van bewonderenswaardige vaardigheid, lenigheid, klaarheid en puntigheid aan het werk".

   

Willy Sluijter             

Willy Sluier werd als tekenaar ontdekt door de Haagse schilder Benard Blommers . Sluijter werd onder andere lid van Pulchri. Hij schildert in Katwijk, zijn woonplaats, zeegezichten visserstafereeltjes. Maar ook het mondaine stadsleven is ‘m niet vreemd. Daarover gesproken: Van der Hem had een kortstondige relatie met Mata Hari…

Sluijter zijn grafisch werk kenmerkt zich door het afbeelden van mensen. Dus bijvoorbeeld op een reclameposter voor de spoorwegen zie je geen trein, maar wel een stijlvol stel op het perron, vol afwachting op de dingen die komen gaan.

   

Piet en Willy

Willy Sluiter brak als affichemaker door met zijn affiche voor de Hollandsche Revue. Felle kleurvlakken, wilde belettering. Dat was iets nieuws en trok de aandacht. Nog veel commerciële opdrachten zouden volgen. Piet van der Hem daarentegen had al in 1912 het baanbrekende affiche voor ’t Cafétje gemaakt. Het was gedurfd om het midden van een voorstelling leeg te laten. Maar hier werkt dat uitstekend.  

In tegenstelling tot Willy Sluiter werkte Piet van der Hem meestal voor zijn vrienden in de theaterwereld en voor ideële doelen, waar de budgetten krap waren. Hij tekende dan de affiches zelf op de grote lithostenen. Dat was een zware klus en een hele kunst. Tekst werd dan ook meestal overgelaten aan een beroepslithograaf. Willy Sluiter liet dat zware werk bijna altijd over aan de vaklui.

   

Politieke prenten

In de kamer van het kindermeisje ziet u een wand met een selectie van de politiek-satirische prenten die Willy Sluiter en Piet van der Hem in de 1e Wereldoorlog 1914-1918 maakten voor het weekblad de Nieuwe Amsterdammer.  Die prenten waren zo uitgesproken anti-Duits, dat de regering ingreep omdat men vreesde dat de neutraliteit van Nederland anders in gevaar zou komen. Maar er zijn ook prenten over het algemeen kiesrecht en andere typisch Nederlandse onderwerpen.

Piet Vernimmen

Benieuwd naar meer verhalen over kunst en architectuur in Den Haag? Bekijk dan de aangeboden stadswandelingen en fietstochten, zoals bijvoorbeeld 'Kunst in de Stad', 'Kunst rond Cats', 'Kunst rond Maria Hoeve', 'Besuyde Den Houte', 'Naar Ot en Sien', of 'Anders Winkelen'. Of naar de rest van het originele aanbod van kleinschalige wandel- en fietstochten in Den Haag.

 

 

 

 

zondag, 14 augustus 2022 02:27

Design Museum Huis Dedel aan de Prinsegracht

Huis Dedel bestaat al een jaar of drie als museum en toch is het nog lang niet bij iedereen bekend. Daar moet verandering in komen, want het is niet alleen pracht van een gebouw, het bezit bovendien een schitterende collectie posters. De naam ‘designmuseum’ dekt niet echt de lading. Aan de Prinsegracht geen designmeubelen of werk van moderne Italiaanse vormgevers als Alessi of design van Memphis, zoals het Design Museum in Gent tentoonstelt.

Nee, Huis Dedel richt zich op reclame en vormgeving en dan vooral op posters! En die posters, die reclame-uitingen zeggen iets over de tijd waarin ze zijn ontstaan

  

De gracht

Toen in de 17e eeuw in Amsterdam de grachtengordel werd aangelegd, kon Den Haag niet achterblijven en werd de Prinsegracht gegraven. Het stadsbestuur stond een chique gracht voor ogen en verordonneerde dat de panden minimaal 5 ramen breed moesten zijn, ofwel vier ramen en een deur. Dat de elite en belangrijke instellingen zich hier vestigden is nog steeds te zien: De Boterwaag, Het Boterhuis, Het Koorenhuis, Huis Luchtenburch, de patriciershuizen op nr 4 en nr 6 en natuurlijk op nummer 15: Huis Dedel.

                   

De familie Dedel

Willem Dedel (1590-1650), advocaat en griffier bij de Hoge Raad, liet als een van de eersten in het rijtje Prinsengracht 15 bouwen. Het pand lijkt heeft de nodige overeenkomsten met het Mauritshuis, dus hoogstwaarschijnlijk hebben Jacob van Campen of Pieter Post zich met de bouw bemoeid. Dedel was per slot van rekening een man van standing in het Haagse wereldje van die dagen en het is geen toeval dat zijn zoon tussen 1674 en 1714 een aantal malen burgemeester van de stad werd. Jan, de kleinzoon van Johan, was afwisselend wethouder en burgemeester van Den Haag. Veel versieringen in het pand, waaronder dat indrukwekkende trappenhuis, zijn door zijn toedoen aangebracht. Tot 1798 blijft het pand in bezit van de familie. Een van de Dedels, Abraham, behoorde tot de 100 rijksten van Nederland. weliswaar op plaats 98, maar toch…

    

In 1908 koopt de eigenaar van Van Stockum’s antiquariaat, JBJ Kerling, het pand. Tot 2016 zal het verbonden blijven aan boekenveilingen. In 2017 komt het in handen van de Stichting Huis Dedel.

   

Het interieur                

Het interieur van dit voormalige burgemeesterspand heeft zichtbaar te lijden gehad van de boeken-functie. In vrijwel elke zaal zijn tekenen te zien van de huidige renovatie, een tienjarenproject. Maar ook nu al zijn de hal, de salon, de zaal, de eetkamer, de zitkamer, en de vier kamers boven het bezoek meer dan waard. Het zou zonde zijn om tien jaar te wachten….

        

De trap

En dan die trap. Hier in het trappenhuis zie je nog hoe de rest van het huis er moet hebben uitgezien, rococo ten top! Minerva, levensgroot afgebeeld, met een palmtak in haar handen. Een van de medaillons beeldt Magdalena uit, de te vroeg overleden vrouw van Jan Dedel. Een rococo-trappenhuis van dit formaat: uniek in Nederland.

 

Piet Vernimmen

Benieuwd naar meer verhalen over de geschiedenis en de architectuur van Den Haag? Bekijk dan de aangeboden stadswandelingen en fietstochten, zoals bijvoorbeeld 'Drees, Oldebarnevelt en Haags Jantje', 'Echt Gebeurd!', 'Het Statenkwartier - Anekdotes en verhalen' of 'Anders Winkelen'. Of naar de rest van het originele aanbod van kleinschalige wandel- en fietstochten in Den Haag.

 

 

 

 

Een uitzinnige menigte lyncht op 20 augustus 1672 bij de Gevangenpoort de broers Johan en Cornelis de Witt. Het Haags Historisch Museum aan de Korte Vijvenberg opende, 350 jaar later, op 5 juli de kleine maar bijzondere tentoonstelling ‘Rampjaar’. Het zijn slechts drie zaaltjes, maar inhoudelijk is het een sublieme tentoonstelling, omdat tekst en beeld niet enkel de historische gebeurtenissen verduidelijken, maar ook een link leggen met de huidige chaotische tijd. En de overeenkomsten zijn zo sterk, dat het bijna eng is.   

Geheim verbond

Begin 1672 lijkt er nog weinig aan de hand met de Republiek. De Vrede van Munter had in 1648 een einde gemaakt aan de 80-jarige oorlog en het kleine protestantse landje was in 24 jaar een machtige staat geworden, onder leiding van een gewoner burger, Johan van Oldenbarnevelt. Die sluit in 1667 een geheim verbond met Engeland en Zweden om de macht van Frankrijk te beperken.

                   

Jaloezie

Met lede jaloerse ogen zien Frankrijk en Engeland de groeiende macht en welvaart van de Republiek aan en ze sluiten in 1670 een verdrag om de Republiek aan te vallen. De een wil gebiedsuitbreiding, de ander wil de maritieme macht terug. En ja, op een land dat door burgers wordt bestuurd zien ze ook niks. Internationaal gezien zou het ‘t beste zijn, als de Oranjes weer aan de macht zouden komen.

    

De Ware Vrijheid                

De Regenten in de steden, de broers de Witt voorop, hadden zich rond 1650 verenigd in het idee van de Ware Vrijheid: het Oranjehuis deugde niet, nooit meer mocht iemand van dat geslacht aan de macht komen, nooit meer een Oranje-stadhouder, want erfelijke macht leidde tot wanorde, corruptie en tirannie. Dat het volk daar vaak anders over dacht, was niet relevant, want zij bezaten geen posities binnen de toenmalige stedelijke macht.

     

De inval

Een kaartje op de tentoonstelling laat zien dat de Duitse bisschoppen, na Gelderland en Overijssel, bijna bij Groningen stonden, de Franse legers waren bij Muiden. Heb je 80 jaar gevochten is er van dat hele gebied vrijwel niks meer over. Een strenge winter zorgt er bovendien voor dat de Waterlinie een ijsvlakte is geworden: de Fransen kunnen het Westen van Nederland veroveren.

Boeren

Voelen boeren zich anno 2022 ‘overvallen’ door de eisen van de stedelijke bevolking, (lees met name D’66’ers en de bestuurders uit Den Haag, die niks van landbouw weten en enkel uit zijn op eigen gewin), boeren uit 1672 zullen zich ook verraden hebben gevoeld door de regenten die de Waterlinie proclameerden. Een linie die de Hollandse steden, waar de regenten de macht in hanen hadden, beschermde, maar waarvoor de boeren hun land moesten opofferen. Het landsbelang ging voor het boerenbelang… Het is niet moeilijk te raden welke partij die plattelandsbevolking koos in het conflict tussen Oranje en de regenten…

Het dooit

De Franse leges begeven zich op de ijsvlakte en komen er al snel achter dat de dooi intreedt; verder gaan is levensgevaarlijk. Ze reageren hun frustratie af op de inwoners van Bodegraven en Zwammerdam. Pamfletten beschrijven de gruwelijkheden in woord én beeld die het Franse leger begaat. Ze maken daarbij dankbaar gebruik de tekeningen die ook al gemaakt werden tijdens de 80-jarige oorlog.

‘Portieken in Valkenbos’ is eerder verschenen in de juni-editie van wijkkrant KonkreetNieuws, de wijkkrant voor het Regentesse- en Valkenboskwartier. Zie ook www.konkreetnieuws.nl, nr 3, juni 2022, pagina 10-11.

De pamfletten

Het Haags Historisch Museum heeft in deze tentoonstelling een fraaie collage samengesteld van een aantal pamfletten, afkomstig uit het Nationaal Archief. Het portret van De Witt, maar als je het omdraait zie je een wolf, De Witt voorgesteld als de Duivel, de Oranjeprins als heldhaftig krijgsman. Ook de Schuitenpraatjes, een verzonnen weergave van gesprekken in het openbaar vervoer van die dagen, zijn enorm populair. De gesprekken gaan over De Witt en hoe het met ‘m moet aflopen. Doodsbedreigingen tegen machthebbers vanuit het volk zijn van alle tijden, zo valt te constateren in deze expositie:”Belzebub schrijft uit de hel / dat Kees de Witt haast komen zal / hij wacht hem in korte dagen/ Maar zijn kop moet eerst zijn afgeslagen / en zijn broer is ook een schelm(…)” En ja, bezoeken 350 jaar geleden ook de machthebbers thuis…

En 2020...

In vijf thema’s legt de tentoonstelling een link tussen de gebeurtenissen van 1672 en die van 2020:  het keren van de ramp, saamhorigheid, wantrouwen, verdeeldheid en geweld. Het is enerzijds geestig, met name de voorbeelden uit 2020, anderzijds drukt het de bezoeker van deze bijzondere tentoonstelling met de neus op de feiten. En de boerenprotesten van 2022 moesten toen nog komen…

Piet Vernimmen

Benieuwd naar meer verhalen over de geschiedenis Den Haag? Bekijk dan de aangeboden stadswandelingen en fietstochten, zoals bijvoorbeeld 'Drees, Oldebarnevelt en Haags Jantje', 'Echt gebeurd!', 'Het Statenkwartier - Indische Wandeling'. Of naar de rest van het originele aanbod van wandel- en fietstochten in Den Haag.

 

 

 

 

Joomla! Foutopsporingsconsole

Sessie

Profielinformatie

Geheugengebruik

Database zoekopdrachten